De theoretische achtergrond is eclectisch, dit wil zeggen dat er beroep gedaan wordt op verschillende referentiekaders.
 
Hieronder enkele referentiekaders die gehanteerd worden:
 
- Cliëntgerichte-experiëntiële psychotherapie:
 
Bij deze vorm van psychotherapie wordt elke cliënt als uniek individu benaderd met een eigen levenssituatie en levensgeschiedenis. De relatie tussen cliënt en therapeut staat hierbij centraal. Deze relatie wordt gekenmerkt door wederzijdsheid en gelijkwaardigheid, waarbij een houding van empathie, aanvaarding en echtheid de kerningrediënten vormen. Problemen en klachten worden gezien als uitingen van een - op sommige punten - verstoord ontwikkelingsproces. Er bestaat een kloof tussen wat men denkt, voelt en doet. In therapie tracht men deze kloof te overbruggen en het vastgelopen ontwikkelingsproces terug in beweging te brengen. Daarbij wordt de werkwijze afgestemd op hetgeen de cliënt in zijn proces precies nodig heeft.
 
 
- Cognitieve gedragstherapie:
 
Volgens deze theorie komen psychische klachten voort uit disfunctioneel gedrag of een negatieve manier van denken. Door het 'verkeerd' aangeleerde gedrag af te leren en te vervangen door nieuw gezond gedrag of door de denkwijze ten opzichte van de klachten te veranderen, worden de psychische problemen verholpen. Men gaat uit van het idee dat gedachten, gevoelens en gedrag op een bepaalde manier met elkaar verbonden zijn en dat de aanpak van deze verschillende aspecten kan leiden tot een vermindering van de klachten.
 


- Oplossingsgerichte psychotherapie:

In dit model staan de unieke krachten, mogelijkheden en hulpbronnen van de cliënt centraal. De therapeut ondersteunt de cliënt om zijn krachten en hulpbronnen te (her)ontdekken. Samen met de cliënt wordt er gekeken naar wat wel mogelijk is en wat de cliënt wil bereiken. De cliënt wordt uitgenodigd om na te gaan hoe de situatie er zal uitzien wanneer de problemen opgelost zijn en te onderzoeken of er al momenten zijn die, al is het maar een beetje, lijken op de gewenste situatie.
 


- Systeemtheoretisch denken:
 
Deze benaderingswijze beoogt het aanbrengen van veranderingen in het functioneren van een (partner)relatie- of gezinssysteem. Binnen dit kader worden de problemen van een individu beschouwd als functie van gestoorde interactiepatronen binnen het gehele systeem. Problemen of moeilijkheden worden in dit licht niet langer als kenmerken van een persoon gezien, maar als deel van disfunctionele relaties tussen de leden van het systeem.